Tijd voor de volgende trede
Economie is geen kinderspel. En als het dat reeds ooit geweest is, dan ligt die tijd verder en verder van ons weg. In de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog konden wij immers een sterke economische positie in Europa uitbouwen door in te zetten op degelijke instituties, een goede infrastructuur,
stabiliteit, veiligheid en genoeg mensen. Die veeleer eenvoudige factoren volstonden toen om onze industrie uit te bouwen én om bedrijven uit het buitenland naar hier te halen. Onder andere dankzij de DIRV-acties hebben wij onze economie nadien een trap hoger getild. Opgeleide werknemers, efficiënte productmarkten, efficiënte financiële markten, een min of meer efficiënte arbeidsmarkt,
technologische leergierigheid en aandacht voor internationale markten, … die elementen zorg(d)en ervoor dat wij onze positie min of meer konden behouden.
Het is niet toevallig dat wij in
competitiviteitslijsten allerhande net nu steeds verder naar achteren eindigen. India en China (om maar twee voorbeelden te noemen!) staan intussen immers op heel wat vlakken op dezelfde ontwikkelingstrap als wij. Een sprekend voorbeeld daarvan is de explosie van het aantal ingenieurs in China, dat elk jaar opnieuw toeneemt met het totale aantal ingenieurs dat Duitsland heeft. Hoogopgeleide werknemers zijn dus geen monopolie meer van de westerse economie. Ons antwoord op deze evolutie ligt voor de hand. We moeten doen wat wij reeds eerder gedaan hebben: een
economische trap omhoog gaan. We kunnen dat door in
lees meer over Tijd voor de volgende trede